CaboCubaJazz presenteert Rikeza y Valor


Interview met bandleiders Nils Fischer en Carlos Matos


Een latinpercussionist met diepe wortels in de Kaapverdische muziek

en een Kaapverdische pianist uit Rotterdam sloegen begin 2009 de

handen ineen voor een Cubaans-Kaapverdische ontmoeting in het

kader van de World Music Series. Een jaar later is het concept

uitgegroeid tot een voltallige band met een uniek eigen repertoire

en een strakke debuutplaat met maar liefst 21 gastmuzikanten.


door Elda Dorren


Naast Nils Fischer en Carlos Matos bestaat het kwintet CaboCubaJazz uit

zangeres Dina Medina (Kaapverdië), Armando Vidal (Cuba) op drums

en de Antilliaanse bassist Reno Steba. Na twee jaar van voornamelijk

theateroptredens werd onlangs de eerste cd gepresenteerd: Rikeza y Valor.


Hoe is het project in eerste instantie ontstaan?

Nils Fischer: ‘World Music Series belde mij om te vragen of ik nog een

idee had voor een programma. Ik zat aan de telefoon en ik dacht: als ik

nu iets slims zeg, dan hebben we misschien een reeks van tien optredens.

En toen riep ik ineens: Kaapverdische met Cubaanse muziek! Maar ik dacht

ook praktisch. Ik ken allebei de muziekgenres goed, dus voor mij was het

voor de hand liggend om zoiets te doen. Een seconde later was Carlos erbij.

Het is ook logisch: als ik zoiets zou doen, dan was het met hem, en de rest

van de groep kwam er ook vrij vanzelfsprekend bij.

De naam CaboCubaJazz was ook snel verzonnen.’


Hoe zijn jullie toen te werk gegaan? Kaapverdische composities

lijken de basis van de cd.

Carlos Matos: ‘De ontstane vormen zijn gewoon het resultaat van samen

gaan zitten arrangeren. Ik zie het niet als een formule, het is iets dat

spontaan ontstaat. De basis bestaat inderdaad uit Kaapverdische liedjes,

met Kaapverdische thema’s en teksten.’


Aan het einde een montuno

NF: ‘Klopt, maar het concept is eigenlijk Cubaans. Cubaanse nummers bestaan uit twee delen: een Europees gedeelte met een melodie, vorm en akkoordenschema, en een Afrikaans, herhalend deel met twee, of in elk geval weinig akkoorden. Wat wij nu doen is een Kaapverdisch liedje nemen, met misschien wat Cubaanse elementjes erin, maar met aan het einde een montuno. We hebben ook een nummer waarbij we na de montuno weer terug naar Kaapverdië gaan. Veel van die dingen zijn trouwens live ontstaan. Bij een nummer begon iemand gewoon deze coro te zingen: pa’ Cabo Verde me voy!’


Maar naast de vorm van de nummers heb je te maken met twee culturen, twee muzikale kleuren. Waar zit voor jullie het gemeenschappelijke vlak?

CM: ‘De Kaapverdische muziek heeft natuurlijk meer een link met Brazilië, en natuurlijk de Portugese fado, maar bijvoorbeeld de Cubaanse batáritmes hebben veel overeenkomsten met de batuque uit Cabo Verde.’


Spanning en ontspanning

NF: ‘Voor mij heeft de Kaapverdische muziek clave. En ook Braziliaanse muziek kent dat concept van spanning en ontspanning. Er is een dominantere, en een minder dominante maat. Dat kan je clave noemen, dat kan je groove noemen, maar die muziek uit het Caribisch gebied en West-Afrika hebben dat echt gemeen: ze hebben dezelfde bron. Een melodie kan dus vaak zowel Cubaans als Kaapverdisch zijn, maar de Cubaanse ritmes gaan net de andere kant op.’


Jullie repertoire bestaat dus al een tijdje. 

NF: ‘Het was inderdaad een afweging aan het begin van de planning van de cd: gaan we met dezelfde bezetting van kwintet – misschien met een keer een chekere erbij – opnemen, of maken we er een hele productie van, die echt iets neerzet? We hebben besloten alles uit de kast te halen om het echt cachet te geven, ook internationaal. We konden ons helemaal uitleven. Tegenwoordig kun je in de studio met weinig middelen heel veel doen, je hoeft niet meer naar Wisseloord om goede opnamen te krijgen. Zo iemand als Marc Bischoff doet met weinig middelen echt fantastische dingen.’


Inderdaad een strakke productie. Met maar liefst  21 gastmuzikanten...

CM: ‘Tja, als je een morna wilt spelen vraag je gewoon de beste Kaapverdische gitarist, in Nederland althans, en dan kom je op Manel D’Candinho. Zo zijn we aan de slag gegaan: denkend als producenten, de beste mensen kiezend voor elk type muziek.’


Fluitkwartet door één man

NF: ‘We zitten echt in een luxepositie in Nederland dat we die mensen hier bij elkaar krijgen: Joe Rivera op trompet, Dave Rothschild op trombone, en als ik bijvoorbeeld aan fluit denk, bel ik Bart Platteau. Hij kan echt op bestelling spelen, het is zo makkelijk met hem werken. Als je zegt: ik wil hier een diatonische solo hebben en hier meer ritmisch, dan doet hij dat. Hij heeft een heel fluitkwartet ingespeeld op een nummer!’


Wat is de volgende stap?

CM: ‘Als je terugkijkt naar jaren zestig, had je sec Kaapverdische muziek: morna, coladeira, en ook latin en jazz. Nu leven we in een tijd waarin alles dwars door elkaar heen gaat, dat het niet gaat over naam of label, maar over een ontmoeting tussen muziekstijlen. Ik zie CaboCubaJazz als een momentopname van nu, waarmee we aan het experimenteren zijn. Ook tijdens de optredens brengt iedereen ideeën in. In Passagem, bijvoorbeeld, een Kaapverdische batuque gecombineerd met Afro-Cubaanse palo en yuka die we veel in de shows spelen, gaf bassist Reno die ineens een Antilliaanse tumba-feel. Die is erin gebleven. Zo wordt het een collectief verhaal, in plaats van alleen wij tweeën. Dit is geen eindstation, maar juist het begin.’


CaboCubaJazz - Rikeza y Valor (Timbazo Productions / Matos Music)

INTERVIEWS

CABOCUBAJAZZ